De 4%-regel is het fundament onder vrijwel elk FIRE-plan. Maar hoe solide is dat fundament eigenlijk? In dit artikel duiken we in de oorsprong, de beperkingen en de variaties van deze beroemde vuistregel.
De 4%-regel vindt zijn oorsprong in onderzoek van William Bengen (1994) en de later bekender geworden Trinity Study (1998) van drie professoren aan Trinity University in Texas. Ze analyseerden historische rendementen van de Amerikaanse aandelen- en obligatiemarkt van 1926 tot 1995 en berekenden hoe lang een portefeuille zou standhouden bij verschillende onttrekkingspercentages.
De conclusie: bij een onttrekking van 4% van je startkapitaal (jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie) en een mix van 50-75% aandelen en 25-50% obligaties, overleefde de portefeuille in 95-98% van alle 30-jaarsperiodes. Dat maakte 4% de Sweet Spot: de Safe Withdrawal Rate (SWR).
Hoewel de 4%-regel een nuttige vuistregel is, kent ze belangrijke kanttekeningen:
De originele studie gebruikte Amerikaanse marktdata. De VS had in de 20e eeuw uitzonderlijk hoge aandelenrendementen. Studies met wereldwijde data tonen aan dat een SWR van 3,5% realistischer is voor een meer internationaal gespreid portfolio.
De studie testte periodes van 30 jaar, passend bij een traditioneel pensioen. Maar als je op je 35e stopt met werken, heb je misschien 50-60 jaar nodig. Bij langere periodes daalt de veilige onttrekkingsratio naar 3,25-3,50%.
Het grootste gevaar voor je portefeuille zit in de eerste jaren na je FIRE-datum. Als de markt flink daalt vlak nadat je stopt met werken, onttrek je een relatief groot deel van een geslonken portefeuille. Dat beschadigt je vermogen disproportioneel en het herstelt mogelijk nooit volledig.
De oorspronkelijke studie hield geen rekening met belastingen. In Nederland betaal je box 3-belasting over je vermogen, wat je effectieve onttrekkingsruimte verlaagt. Houd hier rekening mee in je berekeningen.
In plaats van een vast bedrag onttrek je elk jaar een percentage van je actuele portefeuillewaarde. In goede jaren onttrek je meer, in slechte jaren minder. Dit elimineert het risico dat je geld opraakt, maar introduceert inkomensvolatiliteit.
Je begint met 4% maar stelt boven- en ondergrenzen in. Als je onttrekkingspercentage door koersstijgingen onder 3% zakt, mag je meer uitgeven. Stijgt het boven 5% door koersdalingen, dan schroef je je uitgaven terug. Dit combineert zekerheid met flexibiliteit.
Rond je FIRE-datum verhoog je tijdelijk je obligatie-allocatie (bijvoorbeeld naar 40-60%). Dit beschermt tegen sequence of returns risk. Na de eerste 5-10 jaar verschuif je geleidelijk terug naar een hoger aandelenpercentage. Deze strategie verhoogt de overlevingskans van je portefeuille aanzienlijk.
Door een klein parttime inkomen te behouden (bijvoorbeeld EUR 500-1.000 per maand) verlaag je de druk op je portefeuille enorm. Je onttrekkingspercentage daalt en je geeft je vermogen meer ruimte om te groeien.
Voor Nederlandse FIRE-starters zijn er extra factoren:
Gebruik de 4%-regel als startpunt, niet als dogma. Reken conservatief met 3,25-3,50% als je voor je 50e wilt stoppen. Bouw flexibiliteit in via een variabele onttrekkingsstrategie en overweeg een bond tent rond je FIRE-datum. En vergeet niet: AOW is een krachtige aanvulling die je plan robuuster maakt.
Simuleer verschillende onttrekkingsscenario's en ontdek wanneer jij financieel vrij bent.
Start gratis